Kop1 (40K) Sociaal1 (24K) Sociaal2 (13K)

Producten

Formulieren

Contact

Bestellen

Home


De Europese Sociale Dimensie

Het sociale beleid richt zich in de Europese samenwerking vanaf de start op verbetering van het levenspeil en de arbeidsvoorwaarden van de werknemers in de lidstaten. Leefomstandigheden worden verbeterd door de bouw van sociale woningen voor werknemers. Harmonisatie van de arbeidsvoorwaarden legt het gebruik van de loonkosten als concurrentiemiddel aan banden. Gezamenlijke wetgeving verbeterd de arbeidsomstandigheden met betrekking tot veiligheid, gezondheid en hygiëne. Sociale zekerheid wordt gegarandeerd om de mobiliteit van werknemers te bevorderen. Armoede wordt actief bestreden door het invoeren van sociale begeleidingsmaatregelen bij herstructurering, het opnieuw tewerkstellen van werklozen, de voedsellevering uit landbouwoverschotten aan de meest hulpbehoevenden en door hulpverlening aan de slachtoffers van rampen.

Sociale Agenda

Door nauwe samenwerking op sociaal gebied komt de Europese sociale integratie tot stand. Het Economisch en Sociaal Comité vervult hierbij een cruciale adviserende rol als vertegenwoordiger van de sociale partners. Op het vlak van sociale zekerheid worden minimumnormen vastgesteld om sociale dumping te voorkomen. Het bevorderen van een hoog niveau van werkgelegenheid en sociale bescherming wordt een doelstelling van het Europese Unieverdrag. In december 2000 ziet de Europese Sociale Agenda het licht met 6 strategische doelen voor de EU, te weten, banen, nieuw evenwicht tussen flexibiliteit en zekerheid, bestrijding van uitsluiting en discriminatie, modernisering van de sociale bescherming, gelijkheid tussen mannen en vrouwen, versterking van sociale aspecten van uitbreiding en van de buitenlandse betrekkingen van de Unie. In 2003 wordt met de invoering van een Europese ziekteverzekeringskaart het recht op vergoedingen voor medische zorg bij ziekte of ongevallen gewaarborgd.

Sociaal Handvest

De doelen van het handvest zijn gericht op de bevordering van werkgelegenheid, verbetering van de levensomstandigheden en arbeidsvoorwaarden, het versterken van de sociale bescherming, sociale dialoog, ontwikkeling van menselijke hulpbronnen, en bestrijding van uitsluiting. Met vastlegging van rechten van vrij verkeer, arbeid en beloning. Met recht op minimuminkomen, betaalde vakantiedagen, pensioen, en regeling van arbeidstijd. Door te streven naar veiligheid, hygiëne en gezondheidsbescherming, preventie tegen beroepsziekten en het tegengaan van arbeidsongevallen. Door de vastlegging van gelijke beloning, kansen en behandeling, en een Pact voor geslachtsgelijkheid; kinderopvang, moederschap en ouderschapsverlof; bescherming van kinderen en jongeren. Door het in de wet opnemen van het recht op voorlichting, raadpleging en inspraak van sociale partners, oprichting van een Europese ondernemingsraad, vrijheid van vereniging en collectieve onderhandeling. Het recht op beroepsopleiding, bijscholing, en educatief verlof. Door de bevordering van sociale insluiting met een minimuminkomen voor ouderen en werklozen, en door de toekenning van het recht aan gehandicapten op opleiding, integratie en herscholing.

Structuurfondsen

De structuurfondsen spelen een grote rol in de EU bij het tot stand brengen van sociale samenhang. Door te streven naar cohesie dienen al te grote sociaaleconomische verschillen tussen de regio's in de EG opgeheven of verminderd te worden. De inzet van Europese fondsen vermindert de regionale verschillen in ontwikkelingsniveaus, verkleint de achterstanden van minst begunstigde gebieden en zorgt voor de verdeling van de welvaart over het gehele grondgebied van de Europese Unie. De structuurfondsen zijn gericht op ontwikkelingsregio's met een achterstand, omschakeling van industriegebieden, bestrijding van langdurige werkloosheid, inschakeling van jongeren in het arbeidsproces, aanpassing van productie-, verwerkings- en verkoopstructuur in land- en bosbouw en op de bevordering van plattelandsontwikkeling. De structuurfondsen bestaan uit het Europees Sociaal Fonds (ESF), het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO), het Europees Ontwikkelings- en Garantie Fonds voor de Landbouw (EOGFL) en sinds 1964 uit het Cohesiefonds. Het Europees Sociaal Fonds levert financiële middelen voor het verbeteren van de werkgelegenheid, het bevorderen van beroepsmobiliteit, ondersteuning van werkgelegenheid voor gehandicapten en migrerende werknemers, wederaanpassing aan herstructurering, opleiding en herscholing, werkgelegenheid in 'Crisiswijken' en bestrijding van jeugdwerkloosheid. Het Cohesiefonds ondersteunt projecten op het gebied van milieu en trans-Europese netwerken in de vervoersstructuur in minder ontwikkelde regio's (onder 75% EU-gemiddelde). Het steunen van structurele maatregelen kan daarnaast plaats vinden vanuit het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, het in 2002 opgerichte Solidariteitsfonds voor rampenbestrijding en vanuit het Europees Fonds voor de aanpassing aan de Globalisering.

Werkgelegenheid

De structuurfondsen spelen een belangrijke rol in het Europese werkgelegenheidsbeleid. De zorg voor werkgelegenheid staat centraal in in het beleid van de Europese Unie. In de jaren 80 komt de EU met een gezamenlijke strategie, een actieprogramma en een initiatief voor economische en werkgelegenheidsgroei en voor versterking van de aanbodzijde van de economie. De werkgelegenheidsstrategie van Essen in 1995 legt de nadruk op het voeren van een samenhangend economisch beleid gericht op prijsstabiliteit, het terugdringen van het begrotingstekort, en op de voltooiing van de interne markt. In de Verklaring van Dublin over werkgelegenheid in 1996 ligt de focus op het arbeidsvriendelijker maken van belasting- en sociale zekerheidsstelsels en op het versterken van de wisselwerking tussen macro-economisch beleid en het structuurbeleid in meerjarige werkgelegenheidsprogramma's. In 1997 wordt in Amsterdam een werkgelegenheidsstrategie vastgesteld, waarin het beleid van de Gemeenschap bijdraagt tot een hoog werkgelegenheidsniveau door het jaarlijks opstellen van richtsnoeren. Gevolgd door een Buitengewone Europese Raad over werkgelegenheid in 1997 en een werkgelegenheidspact in juni 1999 met aandacht voor coördinatie van economisch beleid, efficiënte arbeidsmarkten, structurele hervorming en modernisering. Vanaf 2002 wordt voor elke voorjaarlijkse Europese Raadsbijeenkomst een sociale top gehouden. In maart 2003 vindt een tripartiete top plaats voor groei en werkgelegenheid en wordt een Europese taskforce werkgelegenheid opgericht. In december 2003 vindt een Buitengewone Sociale Top voor Groei en Werkgelegenheid plaats, waarin het draait om flexibiliteit, arbeidsparticipatie, kwaliteit van werk en investeringen in menselijk kapitaal. De Europese coördinatie van het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten wordt vastgelegd in het Verdrag van Lissabon. Vanaf 2009 is de Unie verantwoordelijk voor de bepaling van de richtsnoeren van werkgelegenheidsbeleid. Door de economische crisis komt de Unie in juni 2013 met een werkgelegenheidsinitiatief ter bestrijding van de jeugdwerkloosheid.


Klik hier
Sociaal3 (36K) Sociaal4 (39K) Sociaal5 (38K) Sociaal6 (26K) Sociaal8 (30K) Sociaal9 (16K) Sociaal11 (34K) Sociaal12 (42K) Sociaal13 (68K) Sociaal14 (36K) Sociaal15 (48K) Sociaal20 (13K) Sociaal22 (30K) Sociaal25 (22K) Kop6.gif (16K)