Kop1(40K) Land1(390K) Land2(15K) Land6(12K)

Producten

Formulieren

Contact

Bestellen

Home


De Europese Landbouw

De Europese markt omvat mede de landbouw en de handel in landbouwproducten. Het gemeenschappelijk landbouwbeleid wordt door de EU bepaald en uitgevoerd. De doelen zijn gericht op het bevorderen van productiviteit, redelijke levensstandaard voor de landbouwbevolking, stabiliseren van markten, het veilig stellen van de voedselvoorziening, en redelijke prijzen voor gebruikers. De Europese landbouw zorgt in eerste instantie voor een gegarandeerde voedselvoorziening. Zij is afhankelijk van onzekere factoren zoals het klimaat en het weer, bodemgesteldheid en het risico op plantenziekten en plagen. Zij probeert een evenwicht te vinden tussen de belangen van zowel producenten als van consumenten. De beginselen van het Europese landbouwbeleid zijn eenheid van de markt, communautaire preferentie voor de afzet van in de Gemeenschap voortgebrachte producten en financiële solidariteit tussen de deelnemende landen voor financiële offers.

Landbouwstructuurbeleid

De aandacht gaat uit naar het verbeteren van de productiemethoden, het verhogen van de bedrijfsoppervlakte en van het opleidingsniveau in de landbouwsector. Door de modernisering en het gebruik van kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen krijgt de landbouw een intensiever karakter. Het heeft gevolgen voor de nitraatbelasting van het grondwater en voor de biodiversiteit op het Europese platteland. Vanaf 2000 wordt het accent van de modernisering in de Europese landbouw verlegd naar vermindering van uitstoot van broeikasgassen, gebruik van milieuvriendelijkere landbouwtechnieken, normen voor volksgezondheid en milieu en dierenwelzijn, productie en marketing van regionale voedselspecialiteiten, herbebossing en nieuwe toepassingen voor landbouwproducten.
In de EU zijn 12 miljoen landbouwers en 46 miljoen mensen in de landbouw en in de agrovoedingindustrie werkzaam. Sinds de jaren 60 is het aantal werkzame personen in de landbouw en het aantal bedrijven drastisch gedaald. Het totale EU-grondgebied bestaat voor 77% uit platteland.

Hervorming Gemeenschappelijk Landbouwbeleid

De specialisatie en grootschalige productie zorgden voor een verdere rationalisatie in de productieprocessen van de Europese landbouw. De hervorming van het plan Mansholt in 1968 voorziet in een sanering van de landbouw door het laten verdwijnen van niet-levensvatbare bedrijven door afvloeiing van agrariërs en bedrijfsbeëindigingen. Tegelijkertijd moeten door ontwikkeling en modernisering grotere boerenbedrijven worden gecreëerd. Het gevoerde beleid is zeer succesvol en leidt in de jaren 70 en 80 tot enorme productieoverschotten van boter, vlees en wijn. Opkoopprogramma's in de vorm van marktinterventies en het stimuleren van de export van landbouwproducten door restituties leiden tot onhoudbare budgettaire spanningen. Productie vindt plaats voor interventie. Op de Europese Top van juni 1983 wordt besloten tot aanpassing van het gemeenschappelijk landbouwbeleid via het prijsbeleid, de garantieregelingen, exportrestituties, monetaire compenserende bedragen, steun- en premieregelingen. De Europese Gemeenschap besluit tot de invoering van medeverantwoordelijkheidsheffingen, interventieregelingen, productdiversificatie, melkquota, braakleggingsprogramma's en vervroegde uittreding van landbouwers. Maatregelen worden genomen om overschotten tegen te gaan en de landbouwproductie beter af te stemmen op de markt. De compensatie van inkomensverlies wordt losgekoppeld van de productie, oppervlakte of het aantal dieren, door middel van directe betalingen aan de landbouwers. In 1992 wordt de prijssteun geleidelijk afgebouwd en vervangen door rechtstreekse inkomenssteun. De intensieve landbouwproductie zorgt voor ecologische problemen en leidt in 1999 tot milieu- en consumenteneisen op het gebied van veiligheid en kwaliteit van voedsel, milieubescherming en welzijn van dieren. De Unie stelt regelgeving op voor de traceerbaarheid en etikettering van voedsel en het milieuvriendelijker maken van de gebruikte landbouwmethoden. De hervorming van 2003 zorgt voor loskoppeling van de steun van de productie, het opstellen van normen voor voedselveiligheid en natuurbescherming en dierenwelzijn, en het modelleren van de steun naar grootte. Door de biotechnologie wordt de landbouw een belangrijke grondstoffenleverancier. De EU stimuleert het gebruik van energieopwekking uit biomassa en van bio-alcohol of plantaardige oliën als motorbrandstof. In augustus 2014 besluit de Europese Raad tot het stabiliseren van landbouw- en voedselmarkten in de EU door de effecten van de Russische invoerbeperkingen te verlichten op landbouwproducten uit de Unie.

Toekomstig Europees Landbouwbeleid

De landbouwhervorming van 2013 legt de nadruk op het versterken van het concurrentievermogen van de landbouwsector, klimaatbescherming en plattelandsontwikkeling door het versterken van de groei en de werkgelegenheid in plattelandsgebieden. Voor de intensieve landouw is een betere milieubescherming en een verdere vergroening dringend gewenst. De rechtstreekse betalingen worden voor 2014-2020 herverdeeld en verlegd. Er komt een vermindering van beloning voor grote bedrijven, inkomenssteun voor jonge boeren en voor landbouwers in lage inkomenssectoren en in gebieden met natuurlijke beperkingen. Boeren moeten voor volledige inkomenssteun ecologisch duurzame landbouwmethoden gebruiken. Zo'n 30% van de rechtstreekse betalingen zijn gekoppeld aan bescherming van biodiversiteit en natuurlijke habitats van wilde flora en fauna, beheer van waterbronnen en het omgaan met klimaatverandering.

Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL)

In 1962 wordt het Europese Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw opgericht. De afdeling Garantie (=95%) financiert het markt- en prijsbeleid. De afdeling Oriëntatie (=5%) stelt geld beschikbaar voor het gemeenschappelijk landbouwstructuurbeleid. Het markt- en prijsbeleid bestaat uit interventiemaatregelen en uit restituties om de export van landbouwproducten naar derde landen te ondersteunen. De interventies hebben betrekking op aankoop en opslag van landbouwoverschotten om prijzen te stabiliseren, productie- en verwerkingssteun, en op het ondersteunen van opslag. Voor de financiering aan de verbetering van de landbouwstructuur worden kredieten verstrekt voor grondverbetering, landinrichting, modernisering van veilingen, zuivelfabrieken, waterzuivering, verbetering van de verwerking en afzet, en voor herstel van schade door aardbevingen, orkanen of overstromingen.

Plattelandsontwikkeling

De landbouw blijft in grote delen van de Europese Gemeenschap van fundamenteel belang voor een gezond leefklimaat en voor een evenwichtige sociaaleconomische structuur. Zij zorgt voor het voorkomen van ontvolking en het ontstaan van woestijnvorming. Vanaf 1975 heeft de Gemeenschap regionale ontwikkelingsprogramma's ingesteld voor verbetering van de landbouwinfrastructuur in de economisch zwakste gebieden en voor bergstreken en probleemgebieden. Kleinere boeren worden vrijgesteld van landbouwheffingen. De Europese uitgangspunten voor plattelandsontwikkeling zijn: verbetering van het concurrentievermogen van de landbouwsector, verbetering van het milieu en de levenskwaliteit, kwaliteit van het leven op het platteland en diversificatie, en de ontwikkeling van het platteland opgezet door Plaatselijke Groepen met het Leaderprogramma. De steun voor plattelandsontwikkeling vindt plaats via het EOGFL, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO), en het Europees Landbouw en Garantiefonds (ELGF). Daarnaast verstrekt de Unie pretoetredingssteun voor landbouw en plattelandsontwikkeling via het SAPARD-programma.

Besluitvorming

De EU bezit op gebied van de landbouw samen met de lidstaten een gedeelde bevoegdheid. Het Europees Parlement en de Raad stellen na raadpleging van het Economisch en Sociaal Comité de ordening van de landbouwmarkten vast. Op voorstel van de Commissie bepaalt de Raad de maatregelen inzake prijsbepaling, heffingen, steun en kwantitatieve bepalingen. Voorafgaand aan een voorstel oriënteert de Commissie zich in de landbouw expertgroepen. De uitvoering van het landbouwbeleid ligt in handen bij de Commissie, die hierbij nauw samenwerkt met de lidstaten in overlegcomités met vertegenwoordigers van de lidstaten. Deze Comités zorgen voor het dagelijkse beheer van het landbouwbeleid. Zij stellen uitvoerrestituties, invoerheffingen of subsidies vast.

Marktordening

De gemeenschappelijke marktordening omvat gemeenschappelijke concurrentieregels, verplichte coördinatie van nationale marktorganisaties en de instelling van een Europese marktorganisatie over de verschillende sectoren. Centraal staat een door de Europese Gemeenschap vastgesteld uniform markt- en prijsbeleid met gemeenschappelijke regelingen aan de buitengrenzen. De marktordening vindt plaats door middel van bescherming van de buitengrens met of zonder interventie op de interne markt, prijsaanvullende steun, en productiesteun per hectare of per productie-eenheid. Zij omvat maatregelen van prijsregelingen, subsidies, voorraadvorming en opslag, stabilisatie van in- of uitvoer, ondersteuning van de markt, tariefcontingenten, overgangsmaatregelen, bijstand bij uitvoer, vooruitbetaling van uitvoerrestituties, algemene handelsbepalingen, handelsregelingen, douanerechten op invoer, indelingsschema's, invoer- en uitvoercertificaten, aankopen door interventiebureaus, vaststelling van overtollige voorraden, kwaliteitsnormen, kwaliteitscontrole, handelsnormen, productiepotentieel, veestapel, inzaaitermijn, verwerving van landbouwgrond, landbouwstatistieken, herstructurering, et cetera.

Internationale handel in Landbouwproducten

In haar handelsbeleid heeft de EU met een groot aantal landen bilaterale overeenkomsten afgesloten. Daarnaast is zij partij bij multilaterale handelsakkoorden voor graan, cacao, koffie, olijfolie en tafelolijven en suiker.
De EU is de grootste importeur van levensmiddelen ter wereld. De meeste ingevoerde landbouwproducten in de Unie zijn bestemd voor de industrie, als veevoer, of gerelateerd aan bepaalde klimaatomstandigheden van buiten de Gemeenschap. De export wordt door de Europese Gemeenschap gebruikt om landbouwoverschotten op de wereldmarkt af te zetten. Zij bestaat uit vleesproducten, granen, kaas, wijn, gedistilleerde dranken, levensmiddelenconserven, eieren en pluimveevlees. Het gaat vooral om verwerkte producten met een hoge toegevoegde waarde.
Voor landbouwproducten uit ontwikkelingslanden heeft de Unie haar interne markt volledig opengesteld. Met het Stabex-systeem stabiliseert de Gemeenschap de exportopbrengsten voor ontwikkelingslanden. De EU levert tevens een bijdrage aan de ontwikkeling van de veiligstelling van de voedselvoorziening in ontwikkelingslanden.


Klik hier
land14(15K) land32(17K) Land4(11K) land9(34K) land12(13K) land27(22K) land10(11K) Land3(10K) land22(25K) land19(20K) land31(28K) land36(87K) Land21(57K) land37(33K) land11(32K) land8(70K) land29(31K) land16(28K) land7(20K) land30(30K) Land17(57K) land23(10K) land24(35K) land5(15K) land25(27K) Kop6.gif (16K)