Kop1(40K) EMU6(35K) EMU2(19K)

Producten

Formulieren

Contact

Bestellen

Home


EMU

De totstandbrenging van de Economische en Monetaire Unie voltrekt zich in drie fasen. In de eerste fase neemt de gezamenlijke munt, de Ecu, een centrale rol in als spilkoers binnen het Europees Monetair Stelsel. Er bestaat vrijheid voor kapitaaltransacties en toenemende samenwerking tussen centrale banken. In de tweede fase vindt de oprichting plaats van het Europees Monetair Instituut, geldt een verbod op kredietverschaffing door centrale banken aan overheden, en wordt de onafhankelijkheid van nationale centrale banken gewaarborgd. De bestrijding van de inflatie en het verzekeren van prijsstabiliteit heeft absolute prioriteit. Convergentiecriteria worden vastgesteld voor inflatiepercentages, begrotingstekort, staatsschuld, wisselkoersen en rentepercentages. De onafhankelijkheid van de Europese Centrale Bank wordt gegarandeerd. In de derde fase bepaalt en voert het Europees Stelsel van Centrale Banken (ESCB) het gemeenschappelijk monetair beleid met de inwerkingtreding van het wisselkoersmechanisme, het Pact voor Stabiliteit en Groei en een wettelijk kader voor het gebruik van de euro. Het ESCB bestaat uit de ECB en de nationale centrale banken. Zij ondersteunt het algemeen economisch beleid van de Gemeenschap en draagt bij aan toezicht op kredietinstellingen en aan de stabiliteit van het financieel stelsel. Zij beslist over het het toelaten van landen die nog niet voldoen aan de convergentiecriteria. De Economische en Monetaire Unie richt zich op solide overheidsuitgaven, solide begrotingspolitiek, het nastreven van gezonde overheidsfinanciën, toenemende harmonisatie van sociale en fiscale stelsels, en het opleggen van sancties bij buitensporige tekorten. De eurozone start met elf lidstaten. Denemarken en het Verenigd Koninkrijk hebben voor de EMU een opting-out clausule bedongen. In 2001 treedt Griekenland als 12e lidstaat toe tot de eurozone. De Zweedse bevolking verwerpt in een referendum de invoering van de euro.

Economisch beleid

Het economisch beleid wordt een aangelegenheid van gemeenschappelijk belang. De nadruk komt te liggen op de verwezenlijking van economische convergentie, vergroting van het concurrentievermogen, vaststelling van globale richtlijnen voor het economisch beleid van de lidstaten, versterking van economische en sociale samenhang, coördinatie van macro-economisch beleid, duurzame expansie van de internationale handel, en stimulering van de Europese economie. Een grondslag voor de economische groei komt tot stand door de interne markt, de ontwikkeling van trans-Europese netwerken van gemeenschappelijk belang, innovatie en het creëren van een kennisruimte. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de middelen uit het Europese Investerings Fonds (EIF) en van de leningen en garanties van de Europese Investerings Bank (EIB). De ECOFIN-Raad is bevoegd voor het formuleren en aannemen van de globale richtsnoeren van het economisch beleid.

Monetair beleid

Valutaonrust zorgt voor aanpassing van de schommelingsmarge in het Europees Monetair Stelsel, een Europa met twee snelheden, en stimuleert de behoefte aan de invoering van de euro. De gezamenlijke munt vraagt om een gemeenschappelijk monetair beleid, begrotingsdiscipline en economische convergentie in de eurozone. De euro vormt een aanvulling op de interne markt, een impuls voor de handel in de eurozone, een stimulans van economische groei en werkgelegenheid, en versterkt de monetaire soevereiniteit in Europees kader. Het in omloop brengen van eurobiljetten en muntstukken als wettig betaalmiddel draagt bij aan de verlaging van de rente, het versterken van prijsstabiliteit, en van begrotingsdiscipline door gezonde overheidsfinanciën. In stabilisatieprogramma's presenteren de lidstaten jaarlijks hun plannen in het streven naar begrotingsevenwicht of naar een begrotingsoverschot op de middellange termijn. Voor de lidstaten in de eurozone bezit de EU de exclusieve bevoegdheid voor het monetaire beleid. Het wisselkoersmechanisme koppelt de lidstaten buiten de eurozone op vrijwillige basis aan de euro en zorgt voor monetaire stabiliteit door automatische interventie en onbeperkte financiering binnen de fluctuatiemarge.

Agenda van Lissabon

Deze hervormingsagenda stelt een nieuw strategisch doel van de Unie vast gericht op bevordering van de werkgelegenheid, economische hervormingen, en sociale samenhang in de kenniseconomie. De EU moet ontwikkeld worden tot de meest concurrerende en dynamische kenniseconomie van de wereld. Met de totstandbrenging van een Europese ruimte voor onderzoek en innovatie, een volledig operationele interne markt, modernisering van het Europees sociaal model, een informatiemaatschappij voor iedereen en een strategie voor duurzame ontwikkeling. Door het op gang brengen van de hervorming van de Europese productiemarkt, kapitaalmarkt en arbeidsmarkt. Door het scheppen van een gunstig klimaat voor het starten en ontwikkelen van innovatieve bedrijven, eenvormige toepassing van regels inzake mededinging en overheidssteun, liberalisering van sectoren, overheidsopdrachten toegankelijker maken voor KMO's, vereenvoudiging van regelgeving, ontwikkeling van efficiënte en geïntegreerde financiële markten, versterking van de bijdrage van overheidsfinanciën aan groei, onderwijs en opleiding richten op leven en werken in de kennismaatschappij, een Europees Handvest voor kleine ondernemingen, en bevordering van de kennisdriehoek onderwijs-onderzoek-innovatie. Een beleid gericht op het aanpakken van de hoge werkloosheid, de lage arbeidsparticipatie, de langdurige structurele werkloosheid, en de regionale onevenwichtigheden in de Unie door de ontwikkeling van een actief werkgelegenheidsbeleid, modernisering van de sociale bescherming, bevordering van sociale insluiting, stimuleren van kwaliteitsvol werk, hervorming van het pensioenstelsel en verbetering van het belastingklimaat in de EU. De prioriteiten in het hervormingsprogramma van Lissabon liggen bij de bevordering van werkgelegenheid en sociale cohesie, voorrang voor innovatie en ondernemerschap, Europa verbinden, en milieubescherming voor groei en banen.
Om de uitvoering te verbeteren van het stabiliteits- en groeipact vindt een differentiatie plaats van de middellange termijndoelstelling van een begroting in evenwicht of met een overschot voor de individuele lidstaten, waarvan men kan afwijken op basis van schuldratio en potentiële groei. Structurele hervormingen, zoals pensioenhervormingen, worden in aanmerking genomen bij de vaststelling van het aanpassingsproject. Bij naleving van de begrotingsdiscipline wordt meer nadruk gelegd op overheidsschuld en houdbaarheid. Hoe hoger de schuld, hoe groter de inspanning van de lidstaat om deze snel te verkleinen. Tegelijkertijd wordt de definitie van een ernstige economische neergang verbreed, de correctie van een buitensporig tekort met één jaar verlengd en vindt een herziening en verlenging plaats van de correctietermijnen bij onverwachte ongunstige gebeurtenissen. De eurozone wordt uitgebreid met Slovenië, Cyprus, Malta en Slowakije.

De financiële crisis

De internationale economische crisis uit 2008 leidt tot de opstelling van een herstelplan voor de Europese economie, mondiale handelsmaatregelen, financiële toezichtstructuur, en een budgettaire exitstrategie. Er komt een Europees stimuleringspakket van 200 miljard euro naar aanleiding van de financiële crisis in het bankenverkeer. Het herstelplan bestaat uit verlaging van de rentevoet door de ECB en de overige centrale banken, gecoördineerde inspanningen door vraagondersteuning, verhoging van openbare bestedingen, verantwoorde verlagingen van fiscale druk, verlaging van sociale lasten en uit steunmaatregelen voor bepaalde categorieën ondernemingen. Voor de uitvoering van de structurele hervormingen in de Lissabonstrategie wordt een budgettaire stimulans in de EU-economie van 400 miljard euro ingezet. Voor financiële betalingsbalansondersteuning wordt een EU-mechanisme ingesteld van 50 miljard euro. Voor het herstel van groei en banen wil de Unie de overgang naar een groene economie versnellen. Om de ineenstorting van het financiële stelsel af te wenden neemt de Unie maatregelen inzake garantieleningen en vroegtijdige herkapitalisatie, om liquiditeit te verstrekken, en zorgt zij voor de oplossing van probleemactiva, om kredietmarkten weer te laten functioneren. De mondiale maatregelen bestaan uit efficiënte regulering van fnanciële markten, beter mondiaal bestuur, afwijzen van protectionisme, steun voor handelsfinanciering en het helpen van ontwikkelingslanden. De Unie stelt een gecoördineerde budgettaire exit-strategie vast uit het stimuleringsbeleid zodra het herstel een feit is. De afbouw van de steun begint bij de overheidsgaranties. Binnen de Unie wordt een Europese Faciliteit voor Financiële Stabiliteit (EFSF) en Europees Stabilisatie Mechanisme (ESM) opgericht en een Euro Plus-pact en een pact voor groei en banen vastgesteld. Reddingsplannen worden opgesteld voor Griekenland, Ierland en Portugal. De ECB intervenieert op de kapitaalmarkt door de aankoop van staatsobligaties, zorgt voor het indammen van het gevaar van het overslaan van de financiële crisis naar andere landen in de eurozone, verstrekt lange termijnleningen aan banken om de kredietverstrekking aan te jagen, en stimuleert monetaire kredietverruiming met het TLTRO-programma.

Toezicht en Controle

Aanvankelijk ligt de nadruk van het toezicht op de coördinatie van het economisch beleid van de lidstaten, op macro-economische ontwikkelingen, op begrotingssituaties en begrotingsbeleid, op structurele beleidsmaatregelen van de lidstaten, en op waarschuwingen en aanbevelingen aan lidstaten die afwijken van globale richtsnoeren. Het wordt aangevuld met een Europees Semester met strikte nationale programma's voor het doorvoeren van economische en financiële hervormingen; een Sixpack-pakket voor versterking van het economisch en budgettair toezicht, consistentie met economisch beleid, het garanderen van correctie van een buitensporig tekort en van begrotingsdiscipline; en door het vooraf door de lidstaten aan de Commissie meer inzicht geven in hun begrotingen. Bij de hervorming van het stabiliteits- en groeipact wordt de nadruk gelegd op vermindering van overheidstekorten, preventie en correctie, groter automatisme in de besluitvorming, structurele hervormingen, meer tijd voor het wegwerken van buitensporige tekorten in eurozonelanden met een haperende economie. Voor de landen met een herstelprogramma zijn de Commissie, de ECB en het IMF verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving van het aanpassingsprogramma en de Commissie voor het halen van de jaarlijkse begrotingsdoelstellingen. De financiële crisis zorgt voor een verscherping van het toezicht op de Europese financiële sector, versterking van stabilisatieregels voor banken, aanscherpen van transparantie en verantwoordingsplicht, herstel van integriteit van het financiële stelsel, gemeenschappelijke beginselen inzake ondernemingsbestuur en bezoldiging, internationale standaarden voor jaarrekeningen, het onderwerpen van kredietratingbureaus aan regulering en toezicht, vervollediging van de bankenunie in de Europese Unie, bestrijding van belastingfraude en belastingontduiking. Mondiaal macro-economisch beheer en reguleringskader wordt vastgesteld door het Forum voor financiële stabiliteit. Het Bazels Comité voor het bankentoezicht verscherpt in Bazel III de kapitaalbuffers voor solvabiliteit en eigen vermogen van financiële instellingen. Voor de bankensector worden gemeenschappelijke toezichtmechanismen, afwikkelingsmechanismen, balansbeoordeling van activakwaliteit, jaarlijkse stresstests, en een depositogarantiestelsel ingesteld. In de Unie wordt een Europees Comité voor systeemrisico's, Europees saneringsfonds, Europese financiële stabilisatie autoriteit, Europees systeem van financiële toezichthouders, Europese Bankautoriteit, Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen, Europese Autoriteit voor effecten en markten opgericht om het Europese financiële stelsel te beschermen. De Unie stelt een vroeg waarschuwingssysteem in voor macro-economische en financiële risico's.

EU 2020 strategie

De kerndoelen in de hernieuwde Lissabon strategie zijn een arbeidsparticipatiegraad van 75%, uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling van 3% BBP, het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen met 20%, het opvoeren van het aandeel hernieuwbare energiebronnen in energieverbruik met 20%, verbeteren van energie-efficiëntie met 20%, verhogen van onderwijsniveaus met 40% voltooid tertiair of gelijkwaardig onderwijs, verminderen van schooluitval met 10%, bevorderen van sociale insluiting met 20 miljoen. In de eurozone krijgt de sanering van overheidstekorten de absolute prioriteit. Estland, Letland en Litouwen treden toe tot de eurozone. Voor het economisch herstel stelt de Unie 120 miljard euro beschikbaar voor snelwerkende groeimaatregelen, verhoogt zij het kapitaal van de EIB met 10 miljard euro waardoor haar uitleencapaciteit toeneemt met 60 miljard euro. Commissievoorzitter Juncker komt met een groei en investeringspakket van 315 miljard euro aan extra publieke en private middelen door een Europees Fonds voor Strategische Investeringen (EFSI).

Fiscale Unie

Naast een geïntegreerde Europese betaalmarkt en een Europese betaalruimte komt in de EU een bankenunie tot stand met één enkel toezichtmechanisme voor zowel banken als overheden. De routekaart voor de voltooiing van de economische en monetaire unie loopt via een bankenunie naar een fiscale unie, die zal moeten uitmonden in een politieke unie. De uitgifte van eurobonds betekent de start van de fiscale unie, maar wordt voorlopig tegengehouden door Duitsland zolang de lidstaten nog een eigen financieel en economisch beleid kunnen voeren.


Klik hier
EMU3(35K) EMU5(36K) EMU7(18K) EMU8(642K) EMU9(8K) EMU10(16K) EMU11(30K) EMU12(10K) EMU4(23K) EMU15(27K) EMU16(36K) EMU17(30K) EMU18(14K) EMU20(25K) EMU19(19K) EMU24(21K) EMU22(24K) EMU25(24K) EMU26(15K) EMU27(35K) EMU28(20K) EMU29(11K) EMU30(23K) EMU34(8K) EMU35(9K) EMU39(28K) EMU13(7K) Kop6.gif (16K)